Schoolondersteuningsprofiel (sop)


 
 
 

 
Voorwoord
 
Voor u ligt het Schoolondersteuningsprofiel van het Openbaar Onderwijs Emmen.
 
In het  Koersplan staat de de missie van de organisatie als volgt omschreven:
 
“Het openbaar onderwijs Emmen biedt alle kinderen kwalitatief goed onderwijs. Onderwijs waarbij de kinderen hun talenten maximaal kunnen ontwikkelen om hierdoor een volwaardige basis te leggen voor hun latere leven in een complexe en dynamische  kennismaatschappij. Uitgangspunt voor ons is dat ieder kind en elke jongere recht heeft op onderwijs en ondersteuning passend bij het ontwikkelingsperspectief van de leerling”.
….
Uitgangspunten die naadloos aansluiten bij de algemeen gehanteerde visie op passend onderwijs.
 
Zoals de wet voorschrijft, beschikt iedere school over een Schoolondersteuningsprofiel/SOP.                In het profiel wordt beschreven:
  1. Het niveau van de basisondersteuning;
  2. De mogelijkheid van extra ondersteuning (basisondersteuning overstijgende zorg);
  3. De organisatie van de extra ondersteuning;
  4. De ambities betreffende Passend Onderwijs.
 
                De afzonderlijke scholen van het bestuur realiseren minimaal kwaliteit van de basisondersteuning
                zoals die in het Samenwerkingsverband 22.02 PO is vastgesteld. De inhoud van de basisondersteuning
                is vastgelegd in het Ondersteuningsplan/OP van het Samenwerkingsverband/SWV 22.02. Het geeft
                het niveau aan van wat de scholen met inzet van de beschikbare middelen en kennis zelf bieden en
                organiseren. Wanneer er meer ondersteuning nodig is dan geboden kan worden vanuit de
                basisondersteuning, dan is er een mogelijkheid voor extra ondersteuning.
 
Het schoolondersteuningsprofiel/SOP bestaat uit twee gedeeltes:           
  1. Het algemene gedeelte: een samenvatting van het beleid ten aanzien van Passend Onderwijs zoals dit is vastgelegd vanuit het SWV 22.02;
  2. Het schoolgedeelte: met de schoolspecifieke invulling van de basisondersteuning.
Het SOP is een leer- en ontwikkeldocument voor iedere school.
 
               Dit SOP vervangt het vorige document en is leidend voor de periode november 2017 t/m juli 2021.
               Het wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Over het schoolgedeelte van het SOP brengt
               de MR van de desbetreffende school advies uit.
                                                                                                         
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  1. Algemeen gedeelte
     
 
  1. Passend Onderwijs
          Passend onderwijs legt een zorgplicht bij scholen. Dat betekent dat zij er sinds 1 augustus 2014
        voor verantwoordelijk zijn om alle kinderen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijs-
        plek te bieden. Daarvoor werken reguliere en speciale scholen samen in regionale samenwerkings-
        verbanden. Het bestuur van het Openbaar Onderwijs Emmen is vertegenwoordigd in SWV 22.02.
        In deze samenwerkingsverbanden werken het regulier en het speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samen.
        De scholen in het samenwerkingsverband hebben afspraken gemaakt over onder andere:
  • de begeleiding en ondersteuning die alle scholen in de regio kunnen bieden;
  • welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het speciaal onderwijs;
  • afspraken met de gemeenten in de regio over de inzet en afstemming met Jeugdzorg.
 
        Passend onderwijs betekent dat alle leerlingen de begeleiding krijgen die ze nodig hebben om zich zo
        goed mogelijk te ontwikkelen. Het liefst op de gewone basisschool. En als dat niet kan, op een school
        voor speciaal basisonderwijs of in het speciaal onderwijs.
  • De “gewone” basisschool, mét of zonder hulp
De “gewone “ basisschool kan een leerling op verschillende manieren hulp bieden. Bijvoorbeeld als
Er sprake is van leesproblemen, dyslexie is, rekenproblemen of concentratieproblemen. Binnen Passend Onderwijs wordt dit de Basisondersteuning  genoemd. Wanneer er na het uitvoeren van interventies meer ondersteuning nodig is dan binnen de basisondersteuning geboden kan worden, dan is er een mogelijkheid voor extra ondersteuning, de zogenaamde basisondersteuning overstijgende zorg. Op dit niveau wordt gewerkt met het toekennen van (tijdelijke) arrangementen aan veelal individuele leerlingen.
  • De speciale basisschool/SBO
    Als de gewone basisschool een kind ook met extra ondersteuning niet de juiste hulp kan geven, kan
de school samen met de ouders op zoek gaan naar een passende plaats binnen een speciale basisschool. Hier is meer speciale kennis en extra tijd beschikbaar voor het begeleiden van leerlingen met een grotere ondersteuningsbehoefte.
  • Speciaal onderwijs/SO
    Sommige leerlingen hebben zoveel extra hulp nodig, dat ook de speciale basisschool niet voldoende ondersteuning kan bieden. Bijvoorbeeld als een kind ernstig verstandelijk of lichamelijk beperkt is.
Speciaal onderwijs kan ook noodzakelijk zijn bij grensoverschrijdend gedrag van leerlingen.
Ook scholen voor Speciaal Onderwijs maken deel uit van het SWV 22.02. Zie onderstaande Piramide.
 
Meer informatie is te vinden op: www.swv2202.nl  en www.passendonderwijs.nl 
 
 
 
 
 
  1. Basisondersteuning
De basisondersteuning geeft  het niveau van de ondersteuning weer waaraan alle scholen in het SWV voldoen.
  • Basisondersteuning is het door het samenwerkingsverband 2202-PO afgesproken geheel van preventieve (om iets te voorkomen) en licht curatieve (verbeterende) maatregelen die binnen de onderwijsondersteuning van de scholen worden georganiseerd. Altijd op het afgesproken kwaliteitsniveau en eventueel in samenwerking met ketenpartners.
       Dit is uitgewerkt in 4 aspecten van basisondersteuning en 13 kernkwaliteiten.
       Het SWV heeft een Checklist basisondersteuning voor de scholen samengesteld. De checklist is gebaseerd
       op de 13 kernkwaliteiten van de basisondersteuning. Deze checklist is leidraad op schoolniveau voor het
       beschrijven van de basisondersteuning.
 
De vier aspecten:
 
13 Kernkwaliteiten van basisondersteuning
  • Preventieve en licht curatieve interventies
  1. De leerlingen ontwikkelen zich in een veilige omgeving.
  1. Voor leerlingen die een passend curriculum nodig hebben is een ontwikkelingsperspectief  vastgesteld.
  • De onderwijs-ondersteuningsstructuur
  1. De scholen hebben een effectieve interne onderwijsstructuur
  1. De leerkrachten, interne begeleiders en teamleider/schoolleider werken continu aan hun handelingsbekwaamheid en competenties.
  1. De scholen hebben een (multidisciplinair) overleg gericht op leerlingondersteuning.
  1. De ouders en leerlingen zijn actief betrokken bij het onderwijs.
  • Planmatig werken
  1. De scholen hebben continu zicht op de ontwikkeling van leerlingen.
  1. De scholen werken opbrengst- en handelingsgericht aan de ontwikkeling van leerlingen
  1. De scholen voeren beleid op het terrein van de leerlingondersteuning.
  • Kwaliteit van de basisondersteuning
  1. De scholen werken met effectieve methoden en –aanpakken.
  1. De scholen evalueren jaarlijks de effectiviteit van de leerlingondersteuning.
  1. De scholen dragen leerlingen zorgvuldig over.
  1. De scholen hebben een Schoolondersteuningsprofiel/SOP vastgesteld.
 
 
  1. Extra ondersteuning (Basisondersteuning overstijgende zorg) Zie bijlage 1.
Wanneer er na het toepassen van alle mogelijke interventies binnen de basisondersteuning toch meer voor een leerling (of groepje leerlingen) nodig is dan binnen de basisondersteuning geboden kan worden, is er een mogelijkheid voor extra ondersteuning, de al eerder genoemde basisondersteuning overstijgende zorg. Op dit niveau wordt met (tijdelijke) arrangementen gewerkt. Voorwaarden voor  toekenning van een arrangement zijn dat de desbetreffende school:
  1. alle mogelijkheden binnen de basisondersteuning aantoonbaar heeft benut (checklist en leerlingendossier);
  2. daarbij gebruik gemaakt heeft van de adviezen van de adviseur passend onderwijs;
  3. het traject van basisondersteuning met de adviseur passend onderwijs heeft doorgesproken;
  4. de aanvraag voor extra ondersteuning met de adviseur passend onderwijs heeft besproken;
  5. een onderbouwde aanvraag bij het managementteam/MT heeft ingediend.
   
B. Schoolspecifiek gedeelte
1. Schoolgegevens
  • School + Brinnr.
Obs Meester Vegter 16BX
  • Adres
Bargermeerweg 113
  • Postcode + Plaats
7811LD Emmen
  • Telefoon
0591-659842
  • E-mail
administratie@obs-mr-vegter.nl
  • Website
www.obs-mr-vegter.nl
 
2. Visie/Schoolconcept
Visie:
Als school hebben wij de volgende visie over de vormgeving van ons onderwijs:
•Het kind is uniek en staat centraal
•Continue (samen-)werken aan kwaliteit
•Een veilig schoolklimaat bieden aan kinderen, ouders en leerkrachten
•Samenwerken, samenspelen en samen leren van, met elkaar, met als doel een optimale individuele ontwikkeling.
•Uitdagend onderwijs, de leerlingen actief betrekken bij het leren: het zelfvertrouwen, de zelfstandigheid en het initiatief van leerlingen vergroten
•Realisatie van de doelen van het basisonderwijs
•Gericht werken aan deze doelen in doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen om leerlingen kansrijk te laten zijn bij het beheersen van de basisvaardigheden
•De ontwikkeling van ieder kind scherp stellen om gerichte interventies te kunnen uitvoeren voor zorg- en risicoleerlingen
•Werken vanuit een actieve ouderbetrokkenheid, want onze ouders zijn medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van het kind.
 
Ten aanzien van passend onderwijs betekent dit, dat alle kinderen nu, maar ook in het vervolgonderwijs,  het onderwijs moeten kunnen volgen dat bij hen past, namelijk dat waarbij ze succesvol zullen zijn. Wij bieden op onze school kwalitatief goed onderwijs en bieden leerlingen ondersteuning daar waar dat nodig is. De ondersteuningsstructuur van onze school is onder te verdelen in de basiszorg, de breedtezorg en de dieptezorg.
 
 
Voor een volledige en uitgebreide versie van onze onderwijskundige visie verwijzen we naar ons schoolplan en onze schoolgids. Deze zijn te vinden op de website van onze school.
 
3. Basisondersteuning op onze school
3.1 Algemene leerling- en groepsgegevens Aantal
 
  • Totaal aantal leerlingen 01-10-2019
81
  • Aantal groepen (jaargroepen of combinaties)
8, verdeeld over 4 combinatiegroepen, te weten 1/2, 3/4, 5/6 en 7/8.
 
  • Gem. groepsgrootte
20 leerlingen
 
 
3.2 Invulling basisondersteuning
 
Preventieve en licht curatieve interventies
Elke leerling heeft zijn/haar eigen onderwijsbehoeften. Obs Meester Vegter komt hieraan tegemoet  door kwalitatief goed onderwijs en een veilig schoolklimaat te bieden in samenhang met een goed werkende ondersteuningsstructuur in en om de school.
Wij bieden goed kwalitatief onderwijs door handelingsgericht te werken waarbij de onderwijsbehoeften van de leerling centraal staan. In combinatie met een goed observatie- en leerlingvolgsysteem, signaleren we vroegtijdig eventuele problematiek, zodat er  direct interventies gepleegd kunnen worden.
Een leerling kan zich echter pas optimaal ontwikkelen als het zich veilig voelt. Onze school besteedt daarom veel aandacht aan een veilig schoolklimaat voor iedereen. Dit begint al bij de aanmelding, als de school met ouders, en eventueel de leerling,  de omgangsregels, inclusief het antipestbeleid, bespreekt. Ouders ondertekenen dit, waarmee aangegeven wordt dat het beleid door ouders ondersteund wordt. In het verlengde van het antipestbeleid hebben wij een antipestcoördinator en is er zowel een interne als externe vertrouwenspersoon. Het veilige schoolklimaat is terug te zien in het dagelijks handelen. Men spreekt elkaar altijd op basis van respect aan en er wordt rekening met elkaar gehouden. Onze school heeft daarnaast een methode en een volgsysteem voor het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Door onze samenwerkende partners van de GGD en Sedna worden jaarlijks gastlessen gegeven over bijv. omgaan met sociale media en seksuele weerbaarheid, maar ook het geven van een SoVatraining aan een klas behoort tot de mogelijkheden. In het Veiligheidsplan staat uitgebreid beschreven hoe gewerkt wordt aan een veilige omgeving voor leerlingen, leerkrachten en ouders.
Elke leerling profiteert van kwalitatief goed onderwijs en een veilig schoolklimaat. De onderwijsbehoefte is echter voor elke leerling anders. Obs Meester Vegter biedt een hoge basisondersteuning. Dit is de ondersteuning die de school aan elke leerling kan bieden. Door een hoge basisondersteuning te bieden, kunnen wij aan veel onderwijsbehoeften voldoen. Dat betekent dat de meeste leerlingen gewoon bij ons op school geplaatst kunnen worden, óók als ze extra hulp nodig hebben. Bij basisondersteuning valt te denken aan:
  • extra hulp voor leerlingen die niet goed kunnen lezen (dyslexie)
  • extra hulp voor alle leerlingen die niet goed kunnen rekenen (dyscalculie)
  • extra hulp voor leerlingen met een lagere intelligentie dan gemiddeld
  • extra hulp voor leerlingen met een hogere intelligentie dan gemiddeld
  • duidelijke afspraken over de veiligheid op school
  • voorzieningen, zoals een toegankelijk schoolgebouw
  • ondersteuning en begeleiding van leerkrachten, zodat zij de leerlingen zo goed mogelijk kunnen helpen in de klas
  • duidelijke afspraken, met gemeenten en jeugdzorg, over medische handelingen op school
 
De onderwijsondersteuningsstructuur op niveau van zorg
 
Zorgniveau 1: de Basiszorg in onze school
Binnen de basiszorg vallen de preventieve en licht curatieve voorzieningen in de school. Deze worden ingezet ten behoeve van de leerling. Door een hoge basisondersteuning te bieden, kunnen wij aan veel onderwijsbehoeften voldoen. Dat betekent dat de meeste leerlingen gewoon bij ons op school geplaatst kunnen worden, óók als ze extra hulp nodig hebben. Bij basisondersteuning valt te denken aan:
  • Vroegtijdig signaleren van leer- en opvoedproblemen;
  • aanbod voor leerlingen met dyslexie;
  • aanbod voor leerlingen met dyscalculie;
  • aanbod voor leerlingen met een lagere intelligentie dan gemiddeld;
  • aanbod voor leerlingen met een hogere intelligentie dan gemiddeld;
  • programma gericht op de sociale veiligheid op school en het voorkomen van gedragsproblemen;
  • toegankelijkheid van het schoolgebouw en voorzieningen voor leerlingen met een fysieke handicap;
  • protocol voor medische handelingen op school.
 
Binnen deze basisondersteuning onderscheiden we de volgende zorgniveaus:
  • Leerlingen die cognitief en gedragsmatig geen extra ondersteuningsbehoefte hebben.
  • Leerlingen die extra onderwijsbehoeften hebben, hetzij op cognitief, hetzij op gedragsmatig niveau. Zij worden in de klas door de leerkracht begeleid.
  • Leerlingen die specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften hebben en intensievere begeleiding nodig hebben.
Op schoolniveau worden extra gegevens verkregen middels bijv. diagnostisch onderzoek, observaties door de intern begeleider, vragenlijsten, kindgesprekken.
  • Leerlingen met specifieke behoeften die zich niet naar vermogen ontwikkelen, worden ingebracht bij de Consultatiegroep. De Consultatiegroep kan een beroep doen op interne expertise, zoals adviseurs passend onderwijs, een orthopedagoge en een gedragsspecialist. Zij adviseren ook over de aanvraag van extern onderzoek of over het inzetten van externe hulp, zoals bijv. het paramedisch team.
 
Zorgniveau 2: Basisniveau overstijgende zorg; aanvullende ondersteuning:
Naast de basiszorg biedt obs Meester Vegter extra ondersteuning aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften waarvoor het reguliere onderwijs niet toereikend is. Deze extra ondersteuning kan in overleg met de Consultatiegroep aangevraagd worden bij het Samenwerkingsverband. Het heeft een aanvullend karakter en wordt aangevraagd op een tijdelijke basis met mogelijkheid tot verlenging. Een arrangement zal meestal voor een individuele leerling worden aangevraagd, maar bij een groep met veel complexe zorg, kan er ook een groepsarrangement worden aangevraagd. De school kan deze extra middelen gebruiken om de basisondersteuning verder te verdiepen met expertise in de school zelf of met expertise van buitenaf. Voor leerlingen die in aanmerking komen voor een arrangement, wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld.
Net als bij de basisondersteuning verzorgt de school het onderwijs en is hiervoor verantwoordelijk.
 
Zorgniveau 3: Dieptezorg; zware ondersteuning:
Soms blijkt dat, ondanks aanvullende ondersteuning, een leerling zich onvoldoende kan ontwikkelen op de reguliere basisschool. De onderwijsbehoeften op cognitief en/of sociaal-emotioneel gebied zijn zo specifiek, dat de school hier onvoldoende in kan voorzien. Het Samenwerkingsverband biedt hiervoor gespecialiseerde voorzieningen. Na het volgen van de procedure zoals beschreven door het Samenwerkingsverband, draagt de reguliere basisschool de verantwoordelijkheid voor het onderwijs over aan een school voor SBO of SO. Deze plaatsing kan zowel een tijdelijk als een structureel karakter hebben.
 
 
 
Planmatig werken
 
In de uitvoering op school hanteren we de planningscyclus van het handelingsgericht werken op groeps- en schoolniveau zoals in het traject 1-zorgroute  is weergegeven. Centraal hierin staat de afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van de leerlingen, zodat elke leerling passend onderwijs ontvangt en zich optimaal kan ontwikkelen op basis van mogelijkheden en talenten.
 
Op groepsniveau houdt dit in dat de leerkracht:
  • systematisch gegevens verzamelt over leerlingen uit toetsen, observaties en gesprekken met kinderen en ouders;
  • preventief en proactief onderwijs biedt aan leerlingen die extra instructie, begeleiding of uitdaging nodig hebben;
  • op basis van de verzamelde gegevens de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen benoemt;
  • reflecteert op hoe leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften geclusterd kunnen worden, welke differentiatievorm daar het best bij past en welke maatregelen in het klassenmanagement genomen moeten worden om de clustering uit te kunnen voeren;
  • doelgericht in het groepsplan vastlegt hoe aan de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen tegemoet wordt gekomen;
  • systematisch evalueert wat het resultaat is van het aanbod;
  • een goede overdracht realiseert naar de volgende groep.
 
Op schoolniveau houdt dit in dat:
  • leerkracht en intern begeleider de afstemming van het onderwijs op de onderwijsbehoeften van de leerlingen cyclisch bespreken;
  • leerlingen die onvoldoende profiteren van het onderwijsaanbod of leerlingen met vermoedens van een ernstige problematiek vroegtijdig en handelingsgericht besproken worden;
  • uitwisseling en afstemming binnen het team plaatsvindt ten aanzien van hoe aan de onderwijsbehoeften van leerlingen tegemoet gekomen wordt;
  • ouders een partner zijn van leerkracht en school;
  • de kwaliteit van het onderwijs en de zorg in school systematisch in kaart gebracht wordt;
  • de school binnen het samenwerkingsverband samenwerkt met externe partners in het onderwijs en de zorg aan leerlingen.
 
Daarnaast hanteren we ook nog de zorgroute op het niveau van het Samenwerkingsverband. Dit houdt in dat:
  • de stappen, beslismomenten en verantwoordelijkheden duidelijk zijn voor allen die schoolintern en schoolextern betrokken zijn bij de zorg aan leerlingen (ketenverantwoordelijkheid);
  • er korte, efficiënte en schoolnabije lijnen lopen voor het inroepen van schoolexterne zorg en begeleiding voor leerling, ouders, leerkracht en school;
  • er structureel samenwerking is met externe partners in de zorg en het speciaal (basis)onderwijs.
 
 
 
 
 
 
 
Kwaliteit van de basisondersteuning
 
Basisondersteuning is de onderwijszorg die onze school aan alle leerlingen moet kunnen bieden.
De kwaliteit van de basisondersteuning moet voldoen aan door de onderwijsinspectie vastgestelde normen.
 
Om de kwaliteit van de basisondersteuning  te borgen, werken we handelingsgericht. We werken volgens 7 uitgangspunten, die een kader bieden voor reflectie en kwaliteitsverbetering. Die uitgangspunten zijn:
  • onderwijsbehoeften staan centraal;
  • het gaat om afstemming en wisselwerking;
  • de leerkracht doet ertoe;
  • positieve aspecten zijn van groot belang;
  • er is een constructieve samenwerking met ouders en leerlingen;
  • het handelen is doelgericht;
  • de werkwijze is systematisch en transparant.
 
Op onze school werken we met het Directe Instructie model. Het is een lesmodel dat uitgaat van de verschillende leervermogens van kinderen. Kinderen verschillen van elkaar in de manier en snelheid van leren.
Sommige kinderen begrijpen de instructie snel en willen vlot aan de slag, andere kinderen hebben meer uitleg nodig. Daar is in het Directe Instructiemodel rekening mee gehouden.
Er zit veel structuur in de lessen, want elke les is opgebouwd uit een aantal fasen: terugblik, oriëntatie, instructie, begeleid inoefenen, controle, verwerking en afronding.
De leerkracht controleert in grote mate het leerproces. Dit model is vooral effectief bij kinderen die veel begeleiding en een actieve instructie nodig hebben.
 
Voor het systematisch volgen van de ontwikkeling van leerlingen, maken we voor groep 3 t/m 8 gebruik van het leerlingvolgsysteem van Cito. Bij groep 1 en 2 gebruiken we Digikeuzebord. Voor het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling gebruiken we Scol. Daarnaast kunnen we aanvullende gegevens verkrijgen over leerlingen d.m.v. observaties, (diagnostische) gesprekken en intern of extern onderzoek. Gegevens die van belang zijn om in de onderwijsbehoeften van de leerling te kunnen voorzien, worden bewaard in het dossier. Dit wordt overgedragen aan de school voor (S)VO of, in geval van voortijdig schoolverlaten, aan de school voor S(B)O.
 
De opbrengsten worden geanalyseerd op bestuurs-, school- en groepsniveau. De leerkrachten maken zelf hun groepsanalyse. De analyse op school- en bestuursniveau wordt gemaakt door de intern begeleider en de directeur. De analyses worden eerst in de groepsbespreking met de betreffende leerkracht besproken. Na deze individuele gesprekken volgt een bespreking in teamverband.
 
Voor de algemene kwaliteitsborging gebruiken we Kwintoo. Dit is een integraal systeem van interne kwaliteitszorg voor het primair onderwijs. Het instrument bestaat uit 13 Kwintookaarten, waarvan een aantal direct of indirect met ons zorgsysteem te maken hebben. De Kwintookaarten zijn gebaseerd op de inspectiesystematiek. De uitwerking is afgestemd op actuele onderwijskundige inzichten  en concrete en herkenbare voorbeelden uit de onderwijspraktijk. De inhoud van de verschillende Kwintookaarten zijn op elkaar afgestemd en zorgt voor een onderlinge samenhang tussen verschillende kwaliteitsaspecten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
3.3 Beoordeling inspectie
OBS Meester Vegter is voor het laatst door de inspectie bezocht op 04-03-2014. Tijdens het onderzoek heeft de inspectie met behulp van een set indicatoren de kwaliteit van het onderwijs op onze school beoordeeld.
 
Toelichting:
Kwaliteit
De inspectie concludeert dat de kwaliteit van het onderwijs op o.b.s. Mr.
Vegterschool op de onderzochte onderdelen grotendeels op orde is. Uit het
onderzoek is gebleken dat de school op die gebieden nauwelijks tekortkomingen
kent. Alleen de analyse en de evaluatie van de hulpplannen van zorgleerlingen is
van onvoldoende kwaliteit. Om die reden wordt het reeds aan de school
toegekende basisarrangement gehandhaafd. De bevindingen zullen worden
betrokken bij de eerstvolgende risicoanalyse, waarbij opnieuw de vraag aan de
orde is of het toezichtarrangement eventueel moet worden aangepast.
Naleving
De inspectie concludeert tevens dat er geen tekortkomingen zijn in de naleving
van de wettelijke voorschriften die zijn gecontroleerd.
 
Het volledige inspectierapport is te vinden op https://zoekscholen.onderwijsinspectie.nl/zoek-en-vergelijk/sector/po/id/3351
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
3.4 Ouders als educatieve partners
Een goede samenwerking tussen ouders en school heeft een positieve invloed op de schoolse ontwikkeling van kinderen. Ouderbetrokkenheid betekent meer dan alleen ouderparticipatie, actieve deelname van ouders aan activiteiten op school of deelname aan de medezeggenschapsraad. Ouderbetrokkenheid houdt partnerschap in: scholen en ouders zien elkaar als partners, stemmen onderwijs en opvoeding op elkaar af, informeren elkaar en streven naar samenwerking.
Wij zien ouders als onze partners in de zorg rondom leerlingen. Opvoeding en onderwijs zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en school, al blijft het natuurlijk zo dat de school en de ouders verschillende eindverantwoordelijkheden hebben. Natuurlijk blijven de ouders eindverantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. De school blijft eindverantwoordelijk voor het onderwijs. Een voorwaarde voor goed educatief partnerschap is onderling vertrouwen tussen ouders en leraren.
De gedachte achter educatief partnerschap is, dat de school en de ouders een gemeenschappelijke inspanningsverplichting hebben. We streven immers hetzelfde doel na: de optimale ontwikkeling van uw kind.
De samenwerking met ouders begint bij aanmelding van de leerling. De leerling moet nog starten op school, maar ouders hebben op dat moment al een aantal jaren ervaring met hun kind. Hun ervaringen met en hun kijk op hun kind zijn van belang voor de school om de leerling een goede start te laten maken. Daarom besteden we hier bij het intakegesprek veel aandacht aan.
Onze school streeft naar een optimale samenwerking tussen ouders en school. Wij doen dit, door ouders te betrekken bij diverse aspecten van school. Op diverse momenten in het jaar zijn ouders welkom om in de klas te komen kijken, we organiseren diverse activiteiten voor onze leerlingen waarbij ook ouders welkom zijn en we houden ouders op de hoogte van wat speelt op school door bijv. nieuwsbrieven en foto’s van activiteiten.
Voor onze school is goede communicatie met ouders belangrijk. We willen graag dat ouders met school op een lijn zitten qua opvoeding en tevreden zijn met het pedagogisch en educatief aanbod aan hun kind. Bij de start van het schooljaar is er een gesprek met de leerkracht(en) van uw kind en een informatieavond. Daarnaast hebben we twee keer per jaar de rapportgesprekken. Het uitgangspunt is altijd een wederzijdse dialoog, waarbij informatie uitgewisseld wordt die van belang is voor de ontwikkeling van uw kind. Meerdere gesprekken zijn altijd mogelijk en afhankelijk van de ontwikkeling van uw kind.
Indien er sprake is van een zorgvraag en de leerling besproken wordt met de Consultatiegroep, worden de ouders op de hoogte gebracht door de leerkracht. Bij zorgleerlingen is er sprake van meer contact met de ouders. Leerkracht en de interne begeleider bespreken met de ouders de onderwijsbehoeften van de leerling. Wanneer het gaat om een OPP voor een leerling met een arrangement en/of voor een leerling met een eigen leerlijn met aangepast uitstroomprofiel is het wettelijk verplicht dat ouders inspraak hebben op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief.
Ouders kunnen te allen tijde de gegevens van hun kind inzien. De leerkracht voegt relevante informatie van de ouders toe aan het leerlingendossier. Bij gesprekken met ouders wordt het totale functioneren van het kind altijd besproken. Als er aanvullende maatregelen nodig zijn, worden deze altijd in vanaf het eerste moment in samenspraak met de ouders genomen.
 
 
 
 
 
3.5 Aanbod
Voor het vorm geven van de basisondersteuning maken we gebruik van de volgende middelen en methoden. Veel van deze methoden en middelen bieden mogelijkheden voor differentiatie in het lesaanbod (extra stof, basisstof en verrijkingsstof).
Middelen                 Methoden
  • Voorbereidend taal/lezen en rekenen groep 1-2
  • Met Sprongen Vooruit
  • Aanvankelijk technisch lezen
  • Veilig Leren Lezen Kim-versie
  • Voortgezet technisch lezen
  • Leesparade
  • Begrijpend lezen
  • Nieuwsbegrip XL
  • Taal
  • Taal in Beeld
  • Spelling
  • Spelling in Beeld
  • Rekenen
  • Alles Telt
  • Wereldoriëntatie
  • Een wereld van verschil
  • Engels
  • Real English
  • Talentontwikkeling
  • Levelwerk
  • Creatief aanbod
  • Moet je doen
 
 
3.6 Aanpak voor gedrag
Gedrag en leren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een leerling die goed in zijn vel zit, zal presteren naar zijn/haar mogelijkheden.
Op obs Meester Vegter werken we voornamelijk primair preventief. Dit houdt in dat er een aanpak wordt gehanteerd, die bestemd is voor alle kinderen en valt binnen de basisondersteuning. De nadruk ligt hierbij op goed onderwijs, een planmatige aanpak gericht op veiligheid en sociale vaardigheden, klassenmanagement, groepsvorming en preventie van gedragsproblemen door een goed pedagogisch klimaat.
Een goed pedagogisch klimaat staat of valt met het contact tussen de leraar en zijn of haar leerlingen. Als het contact goed is, voelen de leerlingen zich veilig, kunnen ze actief mee doen, zijn de leerprestaties hoger en kunnen leerlingen zich optimaal ontwikkelen.  Er zijn drie basisvoorwaarden voor het welbevinden van leerlingen: competentie, autonomie en relatie. Competentie houdt in dat leerlingen vertrouwen en plezier hebben in hun eigen kunnen, autonomie wordt gewaarborgd wanneer leerlingen de zelfstandigheid krijgen om taken zelf te verrichten. Relatie heeft te maken met de waardering die ze krijgen om wie ze zijn. In het contact dat de leerkracht met de leerlingen onderhoudt, staan deze drie basisbehoeften centraal.
Voor sommige  leerlingen is een preventieve aanpak op schoolniveau niet voldoende. Deze leerlingen profiteren onvoldoende van de structuur in de groep, de ingevoerde maatregelen voor klassenmanagement, de systematische aandacht voor groepsvorming en de planmatige aanpak gericht op veiligheid en sociale vaardigheden. Het betreft leerlingen die meer dan anderen het risico lopen zich problematisch te ontwikkelen. De ondersteuning op dit niveau, bestaande uit strategieën en interventies, moet de invloed van belangrijke risicofactoren in het kind en/of de omgeving zoveel mogelijk neutraliseren. Het gedrag van de leerlingen die in aanmerking komen voor deze interventies is heel divers. Het gedrag kan zichtbaar zijn (externaliserend gedrag) of minder zichtbaar (internaliserend gedrag).
Dan is er nog een kleine groep leerlingen die in aanmerking komt voor aanvullende ondersteuning. De preventieve aanpak en ondersteuning bestaande uit interventies, is voor deze leerlingen niet voldoende. Voor deze leerlingen kan een arrangement worden aangevraagd. Hierbij valt te denken aan tijdelijke ondersteuning voor de leraar/het team  op de eigen school, een budget voor de school waarmee deze aan een specifieke onderwijszorgbehoefte van een specifieke leerling tegemoet kan komen of een gecombineerd traject van onderwijs en jeugdzorg. In het geval van een zware ondersteuningsbehoefte kan plaatsing op een school voor S(B)O de beste optie zijn.
Binnen het cluster kunnen we voor ondersteuning een beroep doen op de expertise van de gedragsspecialist en de Consultatiegroep kan ingeschakeld worden voor advies en begeleiding.
 
3.7 Leesproblemen en dyslexie
Dyslexie is een leerstoornis. De stoornis wordt gekenmerkt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. De aanpassingen voor deze stoornis vallen binnen de basisondersteuning.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen (ernstige) leesproblemen en dyslexie. Bij lees- en spellingproblemen gaat het om problemen die horen bij het ontwikkelingsproces van het leren lezen. Door intensieve lees- of spellingbegeleiding ontwikkelen deze leerlingen zich op niveau.
Dyslexie daarentegen is een leerstoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen bij het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden. Bij dyslexie gaat lezen, spellen en ook zelf schrijven moeizaam, terwijl het kind wel een gemiddelde of hoge intelligentie heeft. Er is alleen sprake van dyslexie als er geen andere oorzaken zijn die de leesproblemen kunnen verklaren. Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingsproblemen voorkomen, maar deze komen ook los van elkaar voor. De grens tussen (ernstige) leesproblemen of dyslexie is soms moeilijk aan te geven.
De school is verantwoordelijk voor de signalering en begeleiding van kinderen met ernstige lees- en/of spellingsproblemen of dyslexie. Het stellen van de diagnose dyslexie is echter voorbehouden aan specialisten op het gebied van leerstoornissen. Dit gebeurt door een GZ-psycholoog of orthopedagoog. Als er sprake is van een zeer ernstige vorm van dyslexie, waarbij er geen andere problematiek speelt, dan kan diagnose en behandeling van deze dyslexie voor vergoeding in aanmerking komen. De gemeente is verantwoordelijk voor diagnostiek en behandeling van deze “ernstige enkelvoudige dyslexie”. Dit geldt voor kinderen in de schoolleeftijd, tot 13 jaar. De school kan, in samenwerking met ouders, de aanvraag voor een dyslexieonderzoek verzorgen, mits er voldaan wordt aan de gestelde criteria. Obs Meester Vegter werkt hiervoor samen met Timpaan. Als uw kind een dyslexieverklaring krijgt en in aanmerking komt voor een behandeltraject, kan dit op school plaatsvinden. Een begeleider van Timpaan komt dan op school om het kind onder schooltijd te begeleiden. Dit traject duurt maximaal 18 maanden.
Als kinderen een zwaardere zorgvraag hebben, of als er naast dyslexie nog een andere stoornis aan de orde is, dan is de afspraak dat eerst de bijkomende stoornis of beperking door de betreffende zorginstantie behandeld wordt, voordat een kind in aanmerking komt voor een behandeling Ernstige Enkelvoudige Dyslexie.
Zodra duidelijk is dat er sprake is van (ernstige) lees- en/of spellingsproblemen of dyslexie begint de school met interventies. Vanaf groep 3 worden de risicolezers goed gevolgd. Er wordt extra leestijd aangeboden, waarin gewerkt wordt volgens het Connect-principe. Binnen de reguliere lesstof kunnen aanpassingen worden gedaan, zoals het gebruik maken van de computer bij spelling, extra tijd voor toetsen, aanbod van luisterversies van (leer)boeken en het gebruik van Sprint. Binnen het cluster kan gebruik gemaakt worden van de expertise van de leesspecialist en de Consultatiegroep kan ingeschakeld worden voor advies. Indien nodig, kan de school ouders in contact brengen met externe instanties, zoals een logopediste of een praktijk voor kinderoefentherapie.
 
 
 
 
3.8 Dyscalculie
Dyscalculie is een leerstoornis, waarbij het kind een hardnekkig probleem heeft met het aanleren en het vlot en nauwkeurig ophalen en toepassen van reken-wiskundekennis. Bij een kind met dyscalculie gaat het rekenen veel moeizamer dan op grond van zijn/haar totale intelligentie verwacht mag worden. Dat wil zeggen: de rekenachterstand komt niet overeen met het vermogen tot leren op andere gebieden, zoals lezen.
Als een kind (ernstige) rekenproblemen heeft, wil dat nog niet zeggen er sprake is van dyscalculie. Rekenproblemen horen bij het ontwikkelen van getalbegrip en reken- en probleemoplossende vaardigheden.
 Als het inzicht van het kind toeneemt, verdwijnen veel rekenproblemen vanzelf. Een ander deel van de rekenproblemen vermindert na adequate didactische begeleiding. Bij dyscalculie verdwijnen de problemen niet, ook niet na langdurig oefenen.
 De rekenproblemen van kinderen met dyscalculie kunnen onderling erg verschillen. Er zijn drie hoofdvormen van dyscalculie: 
  • Moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen.
  • Cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten.
  • De rekenregels niet (meer) beheersen.
Het is belangrijk om dyscalculie vroeg te signaleren. Hoe eerder het kind passend onderwijs krijgt, hoe beter het is. Dit kan de ernst van de problemen verminderen en ervoor zorgen dat het kind beter meekomt in de klas. De diagnose dyscalculie mag alleen gesteld worden door een GZ-psycholoog of een orthopedagoog. Een dergelijk diagnostisch onderzoek kan ook via school worden aangevraagd. Er moet dan wel aan bepaalde criteria worden voldaan.
 Voordat een diagnose gesteld wordt, moet uitgesloten zijn dat er een andere verklaring is voor de  rekenproblemen. Ook moet de school kunnen aantonen dat met een halfjaar lang intensieve hulp de achterstand niet afneemt. 
 De diagnosticus kan een dyscalculieverklaring afgeven. Hierin staat op welke gebieden de rekenproblemen zich voordien en welke specialistische hulp nodig is. Ook staat erin welke voorzieningen en aanpassingen het kind nodig heeft. 
De aanpassingen voor deze stoornis vallen binnen de basisondersteuning. Onze school volgt het protocol ERWD (Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie). Dit protocol geeft richtlijnen voor tijdige onderkenning, begeleiding en beslismomenten bij ernstige rekenproblemen. Ook staat erin beschreven wat voor faciliteiten de school kan bieden om de leerling te ondersteunen.
Als een leerling in de ontwikkeling belemmerd wordt door de rekenproblemen, kan de school aanpassingen doen in de doelen die de leerling moet bereiken. Dit noemen we de Passende Perspectieven. Hierbinnen onderscheiden we drie leerroutes. Leerroute 1 is voor leerlingen die de 1F-doelen halen aan het eind van de basisschool, met benodigde hulpmiddelen. Leerroute 2 is voor leerlingen die de 1F-doelen niet halen aan het eind van de basisschool. Deze leerlingen krijgen meer tijd om de doelen te halen, waarbij wordt ingezet op relevante doelen voor de doorstroom naar het VMBO. Leerroute 3 is voor leerlingen die het aangeboden niveau 1F niet halen. Voor hen zijn doelen geformuleerd om doorstroom naar Praktijkonderwijs mogelijk te maken.
Binnen het cluster kan er voor ondersteuning gebruik worden gemaakt van de expertise van de rekenspecialist. De Consultatiegroep kan ingeschakeld worden voor advies.
 
 
3.9 Talentontwikkeling (inclusief meer- en/of hoogbegaafdheid)
Signalering
Alle leerlingen hebben hun eigen talenten. Bepaalde talenten vergen echter aanpassingen in het onderwijsaanbod. Te denken valt hierbij aan de volgende leerlingen:
  • Hoogbegaafd. Deze leerlingen hebben een IQ boven de 130 en beschikken ook nog over een aantal specifieke persoonskenmerken.
  • Hoogintelligent. Deze leerlingen hebben een IQ boven de 130,  maar zij beschikken niet over de persoonskenmerken die kenmerkend zijn voor begaafden.
  • Begaafd. Deze leerlingen hebben een IQ tussen de 115 en de 130. Daarnaast beschikken ze over een aantal specifieke persoonskenmerken, alleen minder sterk dan hoogbegaafden.
  • Intelligent. Deze leerlingen hebben een IQ tussen de 115 en de 130. Zij beschikken niet over de persoonskenmerken die kenmerkend zijn voor begaafden.
  • Ontwikkelingsvoorsprong. Bij kleuters kan je nog niet spreken van hoogbegaafdheid, omdat de kleuters zich sprongsgewijs ontwikkelen. Een kleuter kan dus een tijdelijke voorsprong hebben. Daarom wordt de term ontwikkelingsvoorsprong gebruikt.
  • Talent op één gebied. Deze leerlingen hebben op één gebied behoefte aan een uitdagend onderwijsaanbod.
Door het gebruik van observatie-instrumenten en het leerlingvolgsysteem, kan het vermoeden ontstaan dat een leerling in één van de bovenstaande categorieën valt. Ook ouders kunnen een vermoeden uitspreken. Onze school kan gebruik maken van het SiDi-protocol om hierover meer duidelijkheid te krijgen. Het bepalen van de intelligentie moet echter altijd door een GZ-psycholoog of een orthopedagoog gebeuren. Het is mogelijk een intelligentieonderzoek via school aan te vragen. Er moet dan wel aan bepaalde criteria worden voldaan.
 
Begeleiding
Het is belangrijk dat kinderen zich op cognitief, sociaal én emotioneel gebied evenwichtig kunnen ontwikkelen. Daarom is het nodig dat er voor alle leerlingen optimaal in hun behoeften voorzien wordt.
Bij kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong, kunnen we aanpassingen doen in het aanbod. De leerling krijgt doelen aangeboden die passen bij het ontwikkelingsniveau. Onze school beschikt over Levelspel. Dit is een leerlijn speciaal voor begaafde kleuters. Een andere optie is, om de kleuter vervroegd te laten doorstromen. Vervroegd doorstromen vraagt om een zorgvuldige afweging, omdat diverse factoren een rol spelen. Er moet zorgvuldig gekeken worden naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerling, de capaciteiten van de leerling, het zelfbeeld, eventuele kennishiaten, maar ook naar de visie van ouders, leerling en school. Bovendien moet de ontvangende groep een veilig pedagogisch klimaat kunnen bieden voor de leerling en moeten er mogelijkheden zijn om de leerling en de leerkracht te begeleiden.
Om een passend onderwijsaanbod voor intelligente, begaafde en hoogbegaafde leerlingen te verzorgen, moeten er aanpassingen in het leerstofaanbod plaatsvinden. Het aanbod moet aansluiten bij de speciale leer-en persoonlijkheidseigenschappen van begaafden. Onze school heeft de mogelijkheid leerstofaanbod te compacten en verrijking aan te bieden. Het compacten kan op twee manieren plaatsvinden, namelijk individueel compacten op basis van behaalde leerresultaten of schoolbreed compacten voor een bepaalde niveaugroep. Doordat de leerlingen minder oefen- en herhalingsstof maken, komt er tijd vrij voor verrijkingsopdrachten. Deze opdrachten moeten ruimte geven voor het creatieve vermogen. Ook moet de taak intrinsiek moeilijk zijn en vragen om grote denkstappen. De opdracht moet een wezenlijke leerinspanning van de leerling vragen. Voor deze leerlingen gebruiken wij Levelwerk.
Naast het aanbod op school, maakt onze school gebruik van een extern aanbod. Leerlingen van groep 8 kunnen opgegeven worden voor het Plusklasaanbod van het voortgezet onderwijs.
 
Op onze school hebben wij een coördinator hoogbegaafdheid. Ook de Consultatiegroep kan ingeschakeld worden voor advies over begeleiding.
 
.
 
 
3.10 Ondersteuningsstructuur
Obs Meester Vegter is een kleine school met gemiddeld 80 leerlingen. De leerlingen zijn verdeeld over 4 combinatiegroepen, te weten groep 1/2, groep 3/4, groep 5/6 en groep 7/8. Elke groep heeft vaste leerkrachten. Dit kan één leerkracht zijn, maar ook een duobaan komt voor. Naast de leerkrachten beschikt de school over een locatieleider, een intern begeleider en een onderwijsassistent. De onderwijsassistent werkt op basis van toegekende arrangementsgelden. Het aantal uren kan dus per schooljaar verschillen.
Door het volgen van diverse opleidingen, cursussen en (team)scholingen, hebben wij op diverse gebieden de nodige expertise  binnen ons cluster. Daarnaast kunnen wij de Consultatiegroep inschakelen. De Consultatiegroep bestaat uit adviseurs passend onderwijs, een gedragsspecialist en een orthopedagoog.
Onze school werkt samen met gespecialiseerde scholen, waarop we een beroep kunnen doen. Hierbij valt te denken aan het expertisecentrum voor anderstaligen, de Tine Marcusschool (voor kinderen die problemen hebben met horen of taalontwikkeling) en de scholen voor S(B)O binnen ons samenwerkingsverband.
Voor ondersteuning op het gebied van jeugdzorg, werken we samen met de Toegang en de gebiedsteams van Sedna. Zij bieden ondersteuning bij opgroeien en opvoeden, zowel thuis als op school. Op schoolniveau worden bijv. lessen gegeven over sociale onderwerpen waar leerlingen mee in aanraking (kunnen) komen. Ook een SoVa-training en maatschappelijk werk o

© 2020 Openbaar Onderwijs Emmen - alle rechten voorbehouden